JaNee babbelt...

Bijkletsen met Mo

Lekker weer vandaag hè? Vind ik ook, ik ben blij dat het zonnetje schijnt en dat ik mijn dikke jas niet aan hoef.

Mo is vandaag bij mij. Mo is mijn vriend, we spelen wel vaker samen. Hij woont vlakbij en kwam vragen of ik met hem wil voetballen op het veld. Ik was net bezig met mijn plantjes. Ja, ik heb plantjes waar ik zelf voor moet zorgen en daar had ik allemaal blaadjes omheen gelegd, dan hadden ze het niet zo koud in de winter maar nu moeten die blaadjes weg hè, als het zonnetje gaat schijnen willen mijn plantjes groeien. En ik wil ook graag dat ze gaan groeien, en dat ze weer bloemetjes krijgen, ik vind bloemetjes mooi en Mo ook dus die wil me wel helpen met mijn plantjes zegt ie. Mo heeft zelf geen plantjes, die heeft geen tuin en komt gewoon naar mij toe als ie zin heeft in een tuin. Dat vind ik wel goed, Mo is mijn vriend en dan is mijn tuin ook een beetje zijn tuin hè….

stokstaartjeMaar we gaan eerst bijkletsen, op het bankje buiten. Hij is gisteren naar de dierentuin geweest en heeft daar heel lang bij de stokstaartjes gekeken. Ken je die, stokstaartjes? Kijk dit is er één. Mo weet veel van dieren, dat is zijn hobby, hij wil later ook in de dierentuin werken zegt ie. “Stokstaartjes zijn nooit alleen en altijd met veel” zegt Mo “en ze hebben met elkaar afgesproken wie wat doet. Er moet er altijd wel eentje op de uitkijk staan, opletten of er niemand aankomt, een ander beest wat ze op wil eten of zo, dat gebeurt hè. Niet in de dierentuin natuurlijk maar wel daar waar ze vandaan komen, in Afrika. Daar leven ze niet in de dierentuin maar gewoon in het wild, zonder een hek er omheen en dan kunnen er andere dieren komen om ze op te eten. Daarom moet er altijd eentje goed opletten, die gaat dan op zijn achterpoten staan, dan is ie groter en kan ie meer zien. Als er dan iemand aankomt die hij eng vindt dan gaat ie eerst fluiten, dan zegt ie eigenlijk ‘IEDEREEN GOED OPLETTEN NU!’ en als ie daarna gaat blaffen dan moet iedereen heel hard wegrennen. Als het echt eng wordt gaan ze allemaal graven, zo hard graven dat al het zand omhoog spat en er heel veel stof is want dan kan het beest wat ze op wil eten ze niet goed zien en kunnen ze heel hard naar hun hol rennen. Slim hè?”

Jeetje, dat wist ik allemaal niet, jij wel? “Maar waarom staan ze dan niet met zijn allen op de uitkijk, als ze met veel zijn, wat doen die anderen dan?” vraag ik aan Mo. “Nou, de anderen moeten eten zoeken hè, of het hol poetsen, of voor de kleintjes zorgen, of mogen gewoon buitenspelen, dat hebben ze afgesproken denk ik” zegt Mo. “En wat eten ze dan?” wil ik weten maar dat weet Mo niet, dat is hij vergeten te vragen. O ja, dat heb ik ook altijd, dat ik wat vergeet te vragen. “Nou ja, is toch ook niet erg?” zeg ik tegen Mo, “kun je de volgende keer dat je naar de dierentuin gaat toch vragen? Of opzoeken in een boek of zo?”

Dat hoor je dan nog wel een keer, we gaan nu voor de plantjes zorgen.

Post A Comment